Suikerziekte

Suikerziekte, oftewel diabetes mellitus, bij de kat is een vervelende maar tegenwoordig goed behandelbare ziekte.

Symptomen

Een kat met suikerziekte heeft kenmerken die vaak lang onopvallend blijven. Veel drinken en veel plassen is er een van, maar ook veel eten en toch vermageren. Net zoals bij mensen met suikerziekte, lopen katten met overgewicht een groter risico op deze aandoening. Ook oudere katten hebben er sneller last van en bepaalde rassen zoals bijvoorbeeld de Birmees, hebben ook een verhoogde kans. Verder kan het gebruik van corticosteroïden, bijv prednison en de poezenpil de kans op suikerziekte verhogen.

Wat is suikerziekte?

Wanneer een kat eet, komt dit voedsel via de slokdarm en de maag in de darmen. Hier worden de suikers (glucose) opgenomen in het bloed en deze komen met behulp van insuline in de lichaamscellen terecht. De glucose voorziet deze cellen van brandstof. Wanneer een kat suikerziekte heeft is de alvleesklier, die de insuline aanmaakt, niet meer werkzaam. Hierdoor komt er geen of weinig insuline vrij waardoor de glucose niet naar de lichaamcellen kan en daardoor in het bloed blijft. De cellen krijgen hierdoor onvoldoende brandstof.

Therapie

Door middel van een bloed- en urineonderzoek kan suikerziekte worden aangetoond.

De behandeling van suikerziekte bestaat uit 2 delen: het spuiten van insuline en regelmaat met voeding en beweging. Na de diagnose suikerziekte zal een van onze diabetes consulenten (Esther, Ingeborg of Natasja) alles met u doorspreken. Samen met haar zult u een schema maken en oefenen, zodat u zelf uw kat twee keer per dag insuline kunt spuiten. Meestal heeft het baasje dit snel onder de knie, omdat het toedienen van de insuline tijdens of direct na het eten kan gebeuren (en de kat dan al afgeleid is door het eten). De insuline moet altijd in de koelkast bewaard worden en is na het aanprikken 6 weken houdbaar. Zwenken voor gebruik.

Het is bij de behandeling van suikerziekte ook heel belangrijk om een vast bewegings- en voerschema aan te houden. Het is verstandig uw dier een speciaal dieet te geven van voeding die weinig koolhydraten bevat, zodat de omzetting van vet naar energie bevorderd wordt. Bovendien zorgt de lage hoeveelheid koolhydraten voor minder schommelingen in de glucose spiegel. Het bevat meer eiwitten, wat ervoor zorgt dat de spiermassa behouden blijft. Deze voeding is alleen bij de dierenarts verkrijgbaar, omdat het onder begeleiding van een diabetes consulente gegeven moet worden. Een kat met suikerziekte loop ook risico op een verhoogde bloeddruk, deze wordt ook (eenmalig) gecontroleerd.

Controle

De eerste paar weken van de behandeling zijn er geregeld suikercontroles op de kliniek. Tijdens deze controle wordt er bloed geprikt om het glucose gehalte te bepalen. Afhankelijk van de glucose waardes in het bloed en hoe de kat zich voelt, wordt de dosering insuline of de hoeveelheid voeding aangepast. Dit wordt ook wel het 'instellen' van een suikerpatiënt genoemd. Wanneer de goede hoeveelheid insuline is ingesteld, bouwen we deze controles langzaam af.

Wanneer een suikerpatiënt goed gereguleerd is, is de levensverwachting goed en worden de controles steeds verder afgebouwd.

Poes Noddy op controle 

De glucosemeter met de uitslag

Het Websitebedrijf