Chinchilla

De chinchilla is een cavia-achtig knaagdier. Ze hebben een dikke, zilver- of blauwgrijze vacht waarvan uit elk haarzakje meer dan 50 haren groeien. De haren staan daardoor altijd overeind. Het zijn schemer- en nachtdieren die in groepen leven.

Als u overweegt om een chinchilla als huisdier te kopen, is het belangrijk dat u zich van tevoren goed laat informeren.

Huisvesting

Chinchilla's zijn echte groepsdieren die wegkwijnen als ze alleen zitten. Neem dus altijd minimaal twee chinchilla's. Heeft u een mannetje (een bokje) en een vrouwtje dan kunt u het mannetje laten castreren om te voorkomen dat ze zich voortplanten. U kunt ook kiezen voor een groep van alleen mannetjes of alleen vrouwtjes of een man met meerdere vrouwtjes. Het beste is om dieren te nemen die samen zijn opgegroeid. Wilt u twee volwassen chinchilla's bij elkaar zetten dan zult u hen voorzichtig aan elkaar moeten laten wennen om te voorkomen dat er gevochten wordt. Vooral met twee vrouwtjes kan dit lastig zijn. Gebruik bijvoorbeeld twee kooien naast elkaar zodat ze aan elkaars geur kunnen wennen of zet een kleine kooi met de nieuwe chinchilla in de grote kooi. Blijf er altijd bij als u twee nog niet aan elkaar gewende chinchilla's bij elkaar zet.

Voor twee chinchilla's heeft u een ruime kooi nodig van minimaal 100 x 80 x 120 centimeter. Groter is beter want chinchilla's hebben beweging nodig en ruimte om te rennen en springen. Chinchilla's houden van klauteren maar maak de kooi niet te hoog en breng verdiepingen aan zodat ze niet ver kunnen vallen. Kies een kooi waarbij u gemakkelijk in alle hoeken kunt komen om schoon te maken. Chinchilla's zijn echte knaagdieren, een kooi van metaal is daarom het handigst. Tenminste één dichte kant zorgt ervoor dat de dieren zich beschut voelen. De kooi moet tochtvrij zijn en op een rustige plek staan zodat ze overdag kunnen slapen. Chinchilla's hebben liefst temperaturen tussen 17 en 25 graden Celsius en kunnen erg slecht tegen hitte, zet de kooi dus niet op een warme plek of in de volle zon. Zorg voor zitplanken en een goed schoon te maken slaaphuisje. Een zandbak met een paar centimeter chinchillazand is ook nodig, de dieren gebruiken dit om hun vacht schoon te houden. De bak moet zwaar zijn, bijvoorbeeld van steen, en groot genoeg om in te rollen. Takken kunnen dienen als klimmateriaal maar ook om op te knagen, kies bijvoorbeeld wilgen-, beuken- of fruitboomtakken.

Op de bodem van de kooi kunt u bijvoorbeeld bodemmateriaal uit maïs of beukensnippers gebruiken. Kies in elk geval materiaal dat biologisch afbreekbaar is, niet stoffig is en geen klompjes vormt als het nat wordt. Dat laatste geeft gevaar voor verstopping als de dieren het inslikken. Natuurlijk moeten er een voerbakje en een drinkfles aanwezig zijn. Hang de drinkfles buiten de kooi zodat de dieren er niet aan kunnen knagen of gebruik een fles van glas. Chinchilla's knagen overal aan, zorg er dus voor dat er geen plastic of andere niet verteerbare materialen in de kooi aanwezig zijn.

Hanteren en verzorgen

Een chinchilla die er aan gewend is om opgepakt te worden is vrij gemakkelijk te hanteren. U kunt hem rond de schouders pakken en ondersteunen met de andere hand, of hem op uw hand scheppen terwijl u met de andere hand de staartwortel zo dicht mogelijk bij de rug vastpakt. Pak de chinchilla nooit bij de punt van de staart! Beweeg rustig en benader de chinchilla van opzij of van voren. In het wild worden ze bejaagd door roofvogels, als u een chinchilla ineens van bovenaf pakt kan hij zijn vacht loslaten als reactie. Chinchilla's zullen niet snel bijten. Ze kunnen urine sproeien als ze zich bedreigd voelen, waarbij ze op hun achterpoten gaan staan.

Voeding

De spijsvertering van de chinchilla is erg gevoelig. Het is belangrijk dat ze het juiste voer krijgen met veel vezels en weinig vocht. Speciale chinchilla-pellets hebben de voorkeur, omdat hier alle voedingsstoffen inzitten en de dieren niet de lekkerste dingen uit het voer kunnen halen zoals bij gemengde voeders. Geef niet teveel, 20 tot 30 gram per dag is genoeg voor een chinchilla. Naast pellets is het erg belangrijk om dagelijks veel vers hooi en eventueel stro te geven. Het hooi mag niet teveel klaver bevatten of te jong zijn, hier zit teveel eiwit in.

Chinchillavoer mag geen sporen van schimmels bevatten, daar kunnen de dieren dood aan gaan. Ook voer of snoepjes met suiker, vet of teveel eiwit kunnen de dieren erg ziek maken. Geef ze liever geen pinda's, noten of zonnebloempitten. Geef ook geen voer dat voor andere knaagdiersoorten bestemd is.

De chinchilla's mogen als snoepje een enkel klein stukje gedroogd fruit krijgen zoals gedroogde appel of een rozijntje. Een paardenbloemblaadje of rozenbottel mag ook. Geef nooit vochtig fruit of groente. Verandert u van voer, doe dit dan heel geleidelijk.

De chinchilla eet een deel van zijn eigen keutels op, deze bevatten vitamine B12. Een knaagsteen is nodig om de tanden te slijten, die zoals bij alle knaagdieren altijd blijven doorgroeien, en om kalk te leveren. Ook takken van fruitbomen of wilgen zijn goed voor de tanden.

Natuurlijk moet altijd vers drinkwater aanwezig zijn.

Ziekten en erfelijke aandoeningen

Een gezonde chinchilla is in de avonduren actief, heeft een schone vacht, heldere ogen, een droge neus en produceert stevige, niet vochtige keutels. Chinchilla's zijn niet vaak ziek, maar als ze wel ziek worden moet u er snel bij zijn. Als prooidier zal een chinchilla niet snel laten merken dat hij ziek is. Neem contact op met de dierenarts zodra u het idee heeft dat er iets mis is. Chinchilla's die zich ziek voelen zijn sloom, gaan apart zitten of tandenknarsen.

Veel aandoeningen worden veroorzaakt door verkeerde voeding.

Bij chinchilla's komen regelmatig gebitsproblemen voor waarbij de tanden en kiezen te lang doorgroeien en niet goed op elkaar aansluiten. Er kunnen haken op de kiezen ontstaan die in wangen en tong snijden. U merkt dit aan slecht eten, kwijlen en een natte vacht rond de mond, een natte neus en vermagering. Voor een goede diagnose kan het nodig zijn om röntgenfoto's te laten maken.

Een chinchilla is erg gevoelig voor stress en op het spijsverteringskanaal. Wanneer u merkt dat uw chinchilla zich anders gedraagt, bel dan direct de dierenarts. Afwachten is bij een chinchilla geen optie.

Als een van uw chinchilla's ziek is en naar de dierenarts moet of enige tijd apart moet zitten, heeft u kans dat zijn partner of groep hem niet zomaar weer accepteert omdat hij anders ruikt. Het kan verstandig zijn om daarom bij dierenartsbezoek alle chinchilla's mee te nemen of de dieren weer voorzichtig aan elkaar te laten wennen.

Bron: www.licg.nl

Het Websitebedrijf