5 misverstanden over gebitsverzorging

5 misverstanden over gebitsverzorging

hond tanden.jpgmaandag 05 februari 2018 13:30

Gebitsproblemen zien we erg veel bij honden en katten. Ongeveer 80 procent van de honden ouder dan drie jaar heeft er last van. Ook veel katten hebben problemen, exacte cijfers ontbreken, maar naar schatting ligt dit percentage dicht bij de hond. Het probleem begint met tandplak, een kleverig laagje bacteriën en voedsel resten. Wanneer dit niet dagelijks verwijderd wordt geeft dit tandsteen, tandvleesontsteking en uiteindelijke rotte kiezen en tanden.
Het belang van goede gebitsverzorging bij huisdieren is groot, veel problemen kunnen hiermee voorkomen worden. Er bestaan echter een hoop misverstanden, deze helpen we graag de wereld uit!

    1. Honden en katten voelen tandpijn niet zoals wij


Honden en katten voelen tandpijn absoluut! Ze voelen dat net zoals wij, alleen verbergen ze het beter. Het is niet zo dat wanneer een dier nog eet dat hij geen pijn heeft. Voor een hond en kat is eten een eerste levensbehoefte en daar zal het dier niet zomaar mee stoppen. Kleine tekenen die je soms kunt opmerken zijn: eten uit de bek laten vallen, kwijlen of met de poot over de snuit wrijven. Wanneer een dier echt stopt met eten is de situatie meestal zeer ernstig.

    2. Achtergebleven melktandjes vallen er vanzelf wel uit

Honden en katten wisselen hun melktanden net als wij voor een volwassengebit. Meestal vindt dit plaats tussen de 4 en 6-8 maanden. Soms gaat dit wisselen niet zoals het hoort en blijft een melktand zitten. Bij kleine hondenrassen zien we dit probleem vaker dan bij grote hondenrassen en bij katten. Wanneer een melktand tegelijkertijd aanwezig is met een volwassen tand is dit abnormaal. Dit kan leiden tot verschillende ernstige problemen zoals het verkeerd uitgroeien van de kaak en/of een pijnlijk en kapot verhemelte. Bovendien stapelt vuil zich gemakkelijk op in de ruimtes tussen de melktanden en de volwassen tanden waardoor pijnlijke tandvleesproblemen ontwikkelen. Achtergebleven melktanden moeten daarom verwijderd worden en vallen er helaas niet vanzelf uit.

    3. Op botten kauwen maakt de tanden sterker

Kluiven is goed, maar niet als het materiaal te hard is, dan slijten de tanden snel af. De glazuurlaag van hondentanden is namelijk een stuk dunner dan die van ons en raakt ook sneller beschadigd. Daarbij kunnen honden, door op harde materialen te kauwen, tanden volledig of gedeeltelijk afbreken of een breuk in een kies oplopen. Let dus op met harde speeltjes of kauwbotten zoals hertengewei. Maar ook tennisballen moet je vermijden. Kies voor materialen die kunnen indeuken of zachter worden door het kauwen.

    4. Fluortandpasta is goed voor de tanden van honden en katten


Fluor is giftig voor honden en katten. Daarbij wordt fluor gebruikt om gaatjes of te wel cariës tegen te gaan bij mensen. Hier hebben honden en katten gelukkig zelden last van. Ga je tandenpoetsen bij je huisdier gebruik dan een tandpasta speciaal voor honden en katten.

    5. Slechte adem hoort bij dieren

Een slechte adem is juist vaak het eerste teken van tandvleesproblemen. De geur wordt veroorzaakt door de gassen methylmercaptaan (rotte koolgeur) en waterstofsulfide (rotte eierenlucht) die worden geproduceerd door de overvloedige bacteriën in de bek.

Vragen over het gebit van uw huisdier? Neem contact op met onze praktijk en kom in februari op onze gratis gebitscontrole!

Met vriendelijke groet,
Dierenarts Patricia Arts

« Terug

Het Websitebedrijf